Zorgen over onzekere flexbanen

► De volledige inbreng van Kamerlid Corrie van Brenk bij het debat over Blokker en de detailhandel in Nederland met minister Henk Kamp:

“Op 16 mei is door het reorganisatieplan bij Blokker Holding met één veeg het leven van nog weer eens 1900 mensen op zijn kop gezet. Eerder gingen al 830 Nederlandse banen verloren bij dit bedrijf. De teller nadert dus de 3.000. Blijft het daarbij, vragen wij de minister? Of dreigen meer ontslagen? En hoe ziet dat er uit voor te verkopen of te verzelfstandigen bedrijfsonderdelen, zoals de speelgoedwinkels en Xenos?

De minister noemt het positief dat het herstel van de economie en het aantal vacatures nu gunstig is voor de retail. Dat was wel anders toen V&D failliet ging, toen 10.000 mensen hun baan verloren!

Ook de Retailagenda wordt door de minister in zijn brief van 19 mei gemarkeerd als positief. Het project ‘Loopbaansupport Detailhandel’, met aandacht voor persoonlijke begeleiding en vaardigheden om mensen van werk naar werk te helpen, wijst in de goede richting. Blokker betaalt overigens als familiebedrijf ook zelf mee aan actieve ‘van-werk-naar-werkbegeleiding’. Blokker onderhoudt goed contact met de vakbeweging om mensen naar ander werk te helpen. 50PLUS juicht dat alles toe.

Maar ondanks het duidelijk betere gesternte voor ex-medewerkers van Blokker en meer inzet van het bedrijf zelf, vindt 50PLUS dat extra inspanning nodig is om mensen structureel te helpen.

Afgezien van een goed sociaal plan nu moet een nieuw kabinet wat 50PLUS betreft in het regeerakkoord een integraal plan voor duurzame inzetbaarheid opnemen, met als kernpunten een ‘leven-lang-leren-budget’ voor iedere burger, en structurele intensieve begeleiding van ‘werk-naar-werk’ bij onverhoopt ontslag. De arbeidsmarkt, die razendsnel verandert schreeuwt daarom! Deelt de minister onze visie?

Zelfs in deze periode van werkgelegenheidsherstel in het MKB – onze banenmotor – baart de positie van ontslagen Blokker-werknemers – vooral de ouderen onder hen – 50PLUS veel zorgen. Voor zover er ander werk komt, is dat vaak flexwerk. Onlangs zagen wij in CBS-cijfers nog weer eens hoe kwetsbaar ouderen zijn in flexbanen. Van 55-plussers heeft na drie jaar in flexbanen 50 tot 80 procent geen werk meer en zit dan in een uitkering. Ook voor ouderen moet de inzet zijn hen zoveel mogelijk in vaste banen te behouden of te krijgen. Is de minister dat met ons eens? Wil het kabinet zich daar binnen haar mogelijkheden voor inzetten?

50PLUS vraagt de minister of hij samen met zijn collega van SZW wil onderzoeken hoe bij reorganisatieprocessen en in het bijzonder bij doorstart van (delen van) de onderneming het afspiegelingsbeginsel in de personele sfeer kan worden gerespecteerd. Ik overweeg hierover een motie in te dienen.

Tot slot: wat is de actuele situatie van oud-V&D-medewerkers en medewerkers van andere eerder gestopte grootwinkelbedrijven, zoals Manfield, Dolcis en Perry Sport? Kan daar een actueel overzicht van gegeven worden? Klopt het beeld dat van rond 8.000 ontslagen V&D-medewerkers er rond 80 procent weer werken? En dat van de ontslagen 50-plussers maar 30 procent werkt? En dat van nóg ouderen maar 25 procent weer werkt? Wij weten allemaal dat ouderen die langer in de WW of bijstand zitten nauwelijks nog werk krijgen. Wij kunnen en mogen die mensen niet aan hun lot overlaten! Hoe gaat het kabinet dit tij keren?”

► Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat oudere werknemers na (massa)onslag – al of niet na failissement – een kwetsbare positie hebben op de arbeidsmarkt;

spreekt de wens uit dat de huidige en volgende regering onderzoeken hoe bevorderd kan worden dat bij reorganisatieprocessen en in het bijzonder bij doorstart van ondernemingen, in de personele bezetting het afspiegelingsbeginsel wordt gehanteerd;

verzoekt de resultaten van dit onderzoek binnen een half jaar aan de Kamer te rapporteren,

en gaat over tot de orde van de dag,

Van Brenk


Titel: Zorgen over onzekere flexbanen
Datum: 13 June 2017 | 4:33 pm
Je kunt dit artikel ook bij de bron bekijken.


Opstelten. Een leven in het Openbaar Bestuur