Senaatsfractie absoluut tegen Europees Openbaar Ministerie

50PLUS is absoluut tegen deelname van Nederland aan een Europees Openbaar Ministerie. Dat standpunt verwoordde Eerste Kamerlid Martine Baay dinsdag 3 april in een debat in de Senaat.

“De presentatie van een Europees Openbaar Ministerie als een heilige graal als probleemoplosser voor grensoverschrijdende EU-subsidiefraude klinkt verleidelijk, maar betekent in de praktijk inperking van bevoegdheden van de nationale autoriteiten op het gebied van strafrecht. Dat een Europees OM kan en zal bijdragen tot terugdringing of voorkomen van EU-subsidiefraude is voor mijn fractie nog de vraag”, gaf Martine Baay als verklaring van het standpunt.

In de Senaat stond de vraag centraal of Nederland alsnog moet gaan deelnemen aan het Europees Openbaar Ministerie. De regering zal het eindoordeel van de Tweede en de Eerste Kamer betrekken bij haar definitieve standpuntbepaling over deze deelname. Op dit moment hebben 20 landen zich uitgesproken voor een Europees Openbaar Ministerie. Drie landen (Engeland, Ierland en Denemarken) zijn absoluut tegen en de Nederlandse regering heeft de wens geuit om ook toe te treden tot het Europees OM.

Reikwijdte beleid EU moet beperkt blijven

50PLUS is het daar dus beslist niet mee eens. Naar de overtuiging van 50PLUS heeft de Europese Unie slechts drie kerntaken. Dat zijn economisch en monetair beleid, milieu- en energiebeleid en grensbeleid. De reikwijdte van het beleid van de EU moet volgens de 50PLUS-fractie beperkt blijven. De EU moet alleen die taken uitvoeren die niet op nationaal niveau kunnen worden uitgevoerd. De fractie hangt het klassieke subsidiariteitsbeginsel aan.

Het Europees OM heeft de autoriteit om onder bepaalde omstandigheden onderzoek te doen en tot vervolging over te gaan als er een verdenking is van EU-fraude of andere criminele praktijken die de financiële belangen van de Unie kunnen schaden. Naar aanleiding daarvan merkte Martine Baay op:

“Dat klinkt mooi want wie wil nu niet Europese fraude bestrijden en misbruik van subsidiegelden terugdringen? Dat is toch in ons aller belang? Uit de stukken komt naar voren dat het met name gaat om EU-fraude in die lidstaten waar de nationale autoriteiten nalaten adequaat te handelen, met andere woorden fraude oogluikend toestaan of gedogen. Omdat bij die lidstaten niet effectief op nationaal niveau wordt opgetreden – nationale strafrechtelijke autoriteiten vervolgen niet of nauwelijks – is het idee ontstaan dat het instellen van een Europees Openbaar Ministerie hierin een doorslaggevende taak kan vervullen. Immers een Europees OM heeft een eigenstandige bevoegdheid en kan een onderzoek en strafvervolging gelasten. De constructie behelst een Europese hoofdaanklager die gaat samenwerken met gedelegeerde openbare aanklagers in de lidstaten conform de aldaar geldende wetgeving, met dus een sterk ingebouwd nationaal component.”

Nu al verplichting om samen te werken

De 50PLUS-Senator vervolgde: “Voor Nederland geldt dat zij als lidstaat zowel formeel als materieel in staat is om vervolging en berechting in te stellen in geval EU-subsidiefraude op zijn grondgebied plaatsvindt. Daar bestaat geen twijfel over. In geval het gaat om grensoverschrijdende fraude van EU gelden bestaat nu al de verplichting voor de lidstaten om strafrechtelijk samen te werken. Het Nederlandse OM kan ook zonder Europees Openbaar Ministerie andere lidstaten assistentie verlenen bij onderzoek of vervolging. Onder meer door het delen van informatie en expertise wanneer EU-fraude plaatsvindt zowel in Nederland als in een andere lidstaat.”

Dat die samenwerking verbeterd of geïntensiveerd kan worden onderschrijft de 50PLUS-Senaatsfractie. Martine Baay: “Dat de EU in totaliteit meer moet handhaven en toezicht moet houden met de tot haar beschikbaar staande middelen is een feit. Maar dat dit automatisch moet leiden tot een verschuiving van nationale bevoegdheden naar een nieuw Europees orgaan zoals een Europees OM is voor onze fractie een stap te ver. Daarenboven is de stelling dat een Europees OM kan en zal bijdragen aan een effectievere bestrijding van grensoverschrijdende fraude met EU gelden een aanname, die nog in de praktijk bewezen moet worden. Want wat betekent de uitvoering in de praktijk? We zien een gekunstelde en ingewikkelde constructie ten aanzien van de verantwoordelijkheid voor het Europese OM en de OM’s van de lidstaten waarbij de procedurele waarborgen in de lidstaten onvoldoende geharmoniseerd en niet allemaal gelijk zijn. Met als resultaat een diversiteit tussen nationale en Europese bevoegdheden. Juist de diversiteit bij de Openbaar Ministeries en rechtspraak in de verschillende lidstaten kan tot grote problemen en uitkomsten leiden.”

Aan de hand van een theoretisch voorbeeld stelde de 50PLUS-fractie een aantal vragen aan de minister. “Stel er heeft op grote schaal grensoverschrijdende in georganiseerde vorm EU-subsidiefraude in drie deelnemende lidstaten plaatsgevonden. Het Europees OM start onderzoek en vervolging, bijgestaan door de nationale instanties en het komt daadwerkelijk tot drie strafprocessen. Worden deze drie strafprocessen dan tezamen gevoegd en gevoerd in één deelnemende lidstaat of in de drie lidstaten afzonderlijk? En hoe gaat het dan in geval grensoverschrijdende EU-subsidiefraude in georganiseerde vorm plaatsvindt in een deelnemende lidstaat, bijvoorbeeld Frankrijk, en een niet deelnemende lidstaat, bijvoorbeeld Engeland? Klopt het dat dan strafvervolging enkel in de twee afzonderlijke lidstaten kan plaatsvinden. Van iedere lidstaat wordt het nationaal strafrecht toegepast waardoor de kans aanzienlijk is dat de rechtelijke uitspraken heel divers kunnen zijn. Hoe ziet de minister deze caleidoscoop van straffen ten opzichte van één en hetzelfde strafbare feit? Roept dit niet rechtsongelijkheid op?”

De vaker genoemde ‘stok achter de deur’ om lidstaten – daar waar de nationale overheden niet afdoende optreden tegen EU-subsidiefraude – te dwingen om datgene te doen wat ze al behoren te doen, namelijk onderzoek, vervolging en berechting van dit soort delicten door middel van oprichting van een Europees OM, is volgens de 50PLUS-Senaatsfractie niet het adequate middel.

“Dat deze lidstaten gedwongen moeten worden staat buiten kijf, maar dat kan met andere machtsmiddelen zoals opschorten of vermindering van subsidies”, aldus Martine Baay. Die eraan toevoegde: “Mijn fractie heeft – gelet op alle al naar voren gebrachte bezwaren – geenszins de indruk dat vaststaat dat het Europees OM een eclatant succes gaat worden. Zeker niet met al die open eindjes op het gebied van strafrecht waarbij de verantwoordelijkheden en bevoegdheden tussen Europees OM en deelnemende lidstaten ingewikkeld en zorgwekkend door elkaar heen lopen.”

© 3 april 2018

 

 

 

 

 


Titel: Senaatsfractie absoluut tegen Europees Openbaar Ministerie
Datum: 2018-04-03 14:54:29
Je kunt dit artikel ook bij de bron bekijken.


Opstelten. Een leven in het Openbaar Bestuur