Doorrekening Klimaatakkoord | CPB.nl

Deze notitie bevat op verzoek van de minister van Economische Zaken en Klimaat een doorrekening van de klimaatmaatregelen van het kabinet-Rutte III. Het pakket aan maatregelen bouwt, met aanvullingen en aanpassingen, voort op het ontwerp-Klimaatakkoord van eind 2018. De maatregelen worden op dezelfde wijze getoetst als in de doorrekening van het ontwerp-Klimaatakkoord.

Een volledige beschrijving van alle maatregelen is te vinden in bijlage C. De notitie rapporteert de budgettaire, lasten- en inkomenseffecten hiervan.

In grote lijnen zijn de effecten gebaseerd op hetzelfde maatregelenpakket als de uitkomsten van het PBL.

Bijlage B geeft een overzicht van de verschillen die voortkomen uit het feit dat een deel van de maatregelen volgens het CPB niet eenzijdig afdwingbaar is door de overheid en/of onvoldoende concreet is uitgewerkt.

Het door het PBL berekende reductiepotentieel, waarvoor het CPB in deze notitie geen indicatie geeft van de budgettaire, lasten- en inkomenseffecten, kan hierdoor in totaal een enkele megaton lager uitkomen. De gerapporteerde effecten betreffen ramingen en zijn dus inherent onzeker. Technisch is het niet mogelijk een betrouwbaarheidsinterval aan te brengen, maar de onzekerheid is daarmee niet weg.

De effecten van de klimaatmaatregelen worden bezien in samenhang met het reeds ingezette klimaaten energiebeleid door het huidige kabinet en de vorige kabinetten. Ook zonder het huidige pakket aan maatregelen liggen er budgettaire, lasten- en inkomenseffecten in het verschiet. Het totale klimaat- en energiebeleid past bovendien bij de beleving van gezinnen, bedrijven en economie. Zij ervaren immers de totale verandering van het ene op het andere jaar. De oorzaak hiervan – eerder voorziene beleidswijzigingen of de klimaatmaatregelen van het kabinet – is minder van belang.

Bijlage A bevat een beschrijving van het beleid in het basispad, dat vergelijkbaar is met hetgeen gehanteerd bij de doorrekening van het ontwerpKlimaatakkoord. Het basispad is nu echter geschoond voor maatregelen uit het Klimaatakkoord, zoals die in de meest recente Macro Economische Verkenning (MEV 2020) zijn verwerkt.

Het PBL maakt als referentiescenario gebruik van de Klimaat- en Energieverkenning 2019; bij de doorrekening van het ontwerpKlimaatakkoord betrof dit de Nationale Energieverkenning uit 2017.5,6

Deze doorrekening presenteert de effecten van drie typen instrumenten die de overheid kan hanteren: uitgaven, lastenmaatregelen en voorschriften. De doorrekening geeft effecten voor de steekjaren 2021, 2025 en 2030. Op deze wijze wordt het verloop over de tijd inzichtelijk. Zowel bij de uitgaven als de lasten wordt een uitkomst gepresenteerd per sector (elektriciteit, gebouwde omgeving, industrie, landbouw en landgebruik, en mobiliteit). Bij de lasten is er ook een uitsplitsing naar gezinnen, bedrijven en buitenland.

De doorrekening maakt niet alleen de EMU-relevante lasten inzichtelijk (lasten met een relatie met het overheidssaldo), maar ook de zogenoemde niet-EMU-relevante lasten. Dit zijn de kosten die gezinnen en bedrijven moeten maken om te voldoen aan nieuwe normen en voorschriften. Voor de inkomenseffecten worden de effecten tot en met 2021 en 2030 gepresenteerd; het jaar 2025 bleek weinig informatie toe te voegen.

Download hier het volledige rapport (PDF bestand).

 

Naast de directe effecten van de maatregelen zijn ook de inkomenseffecten inclusief mogelijke afwenteling door bedrijven en gedragseffecten van gezinnen in kaart gebracht (zie hieronder).

Inkomenseffect (dynamisch, alle huishoudens)

Inkomenseffect (dynamisch, alle huishoudens)

Vragen en antwoorden

Wat zijn de belangrijkste verschillen ten opzichte van het ontwerp-Klimaatakkoord?

Het kabinet bouwt in het Klimaatakkoord voort op het ontwerp-Klimaatakkoord en laat het begrotingssaldo in 2030 daarbij per saldo ongewijzigd. De netto-intensiveringen zijn verlaagd, daartegenover staat per saldo een even grote verlaging van de collectieve lasten. Binnen de collectieve lasten is ten opzichte van het ontwerp-Klimaatakkoord geschoven in de verdeling tussen gezinnen en bedrijven. De schuif bestaat vooral uit lastenverzwaringen door een hoger tarief op gas en hogere ODE-tarieven voor bedrijven en lastenverlichtingen door een verhoging van de belastingvermindering en een lager tarief op elektriciteit. Bedrijven zien in 2030 hogere lasten, gezinnen zien juist verminderde lasten. De lagere lasten voor gezinnen manifesteren zich in een gunstiger direct (statisch) inkomenseffect ten opzichte van het ontwerp-Klimaatakkoord. Bedrijven wentelen de hogere lasten grotendeels af op gezinnen.  Hierdoor zijn de doorwerkingseffecten ongunstiger dan bij het ontwerp-Klimaatakkoord. Per saldo resteert door de lagere lasten voor gezinnen ook inclusief doorwerkingseffecten een gunstiger inkomenseffect. Zie bijlage D voor meer toelichting.

Neemt het CPB de CO2-heffing voor de industrie mee in de doorrekening?

Het CPB neemt de CO2-heffing voor de industrie mee in de doorrekening. De gevolgen van de heffing voor de lasten voor bedrijven zijn echter enkel bekend voor 2030. De industriemaatregelen zijn zodanig vormgegeven dat bedrijven in 2030 hun CO2-uitstoot reduceren en daarmee de heffing kunnen ontlopen. Voor de jaren 2021-2029 kunnen de gevolgen, budgettair en nationale kosten, niet in kaart worden gebracht, maar deze zijn mogelijk aanzienlijk. Het PBL heeft geen raming kunnen maken voor de tussenliggende jaren. Zodoende kan er in die jaren geen opbrengst worden berekend. De totale lastenverlichting zal kleiner uitvallen naarmate de heffing in de industrie de lasten verzwaart.

Hoe verhoudt de doorrekening van het CPB zich tot die van het PBL?

Het PBL richt zich in zijn doorrekening op de CO2-reductie en nationale kosten van de maatregelen uit het Klimaatakkoord. Het CPB brengt hiervan de budgettaire, lasten- en inkomenseffecten in kaart. In grote lijnen zijn de effecten gebaseerd op hetzelfde maatregelenpakket als de uitkomsten van het PBL, maar er zijn verschillen. Deze komen voort uit het feit dat een deel van de maatregelen volgens het CPB niet eenzijdig afdwingbaar is door de overheid en/of onvoldoende concreet is uitgewerkt. Het door het PBL berekende reductiepotentieel, waarvoor het CPB in deze notitie geen indicatie geeft van de budgettaire, lasten- en inkomenseffecten, kan hierdoor in totaal een enkele megaton lager uitkomen.


Titel: Doorrekening Klimaatakkoord | CPB.nl
Datum: 2019-11-01 11:54:00
Publisher: CPB
Je kunt dit artikel ook bij de bron bekijken.


Opstelten. Een leven in het Openbaar Bestuur